Koppeltaal 2.0 Implementation Guide (Full Documentation)
0.16.2 - ci-build
NL
Koppeltaal 2.0 Implementation Guide (Full Documentation) - Local Development build (v0.16.2) built by the FHIR (HL7® FHIR® Standard) Build Tools. See the Directory of published versions
| Page standards status: Draft |
| Versie | Datum | Wijziging |
|---|---|---|
| 0.0.1 | 2026-05-05 | Initiële versie: drie harmonisatie-onderwerpen en scope-keuzes |
| 0.0.2 | 2026-05-05 | Geconsolideerd: technische details uit losse impact-memo overgenomen (return_url, profielwijzigingen, Token Exchange) |
| Datum | 2026-05-05 |
| Status | Concept |
| Auteur | Roland Groen |
Het KoppelMij-traject is in essentie een harmonisatie: twee bestaande modellen — Koppeltaal en MedMij/KoppelMij — worden samengebracht tot één gestandaardiseerd raamwerk. Het uitgangspunt voor de bestaande Koppeltaal-leveranciers is dat de impact zo beperkt mogelijk wordt gehouden en het pad richting harmonisatie gefaseerd verloopt — zonder big-bang.
Om feature creep te voorkomen worden bewuste scope-keuzes gemaakt. Er zijn drie grote harmonisatie-onderwerpen, waarvan er slechts één in de eerste fase actief wordt beproefd — en uitsluitend door module-leveranciers. De andere twee onderwerpen blijven voor nu buiten scope, maar zijn voor de eindfase functioneel onmisbaar.
Wat verandert er?
Koppeltaal autoriseert op applicatieniveau via SMART on FHIR backend services; het access_token uit de app launch is een placeholder (NOOP). KoppelMij autoriseert op persoonsniveau via SMART on FHIR app launch — het access_token vertegenwoordigt de daadwerkelijke gebruiker en de rechten worden door het platform afgedwongen.
Voor module-leveranciers betekent dit dat het access_token niet langer applicatie-breed is, maar in de scope van de gebruiker. De module gebruikt dit token voor alle FHIR-interacties met de DVA (Dienstverlener Aanbiedertaken). De Token Exchange (RFC 8693) tussen PGO en DVA is daarbij transparant voor de module.
Scope eerste fase
Zie Autorisaties en het Transitiemodel autorisatie voor het volledige fasering en coexistence-model.
Wat verandert er? In Koppeltaal wijst de behandelaar een module als geheel toe — één Task per toewijzing, de module is een black box. KoppelMij vraagt om individuele taken binnen een module zichtbaar te maken in het PGO. Hiervoor wordt het patroon ServiceRequest → Task(s) geïntroduceerd: een overkoepelende opdracht met door de module aangemaakte taken.
Scope eerste fase
ActivityDefinition.kind = Task; nieuwe modules kunnen kind = ServiceRequest aanbiedenZie Memo: ServiceRequest KoppelMij voor de volledige uitwerking, inclusief impact per actor en open vragen.
Wat verandert er? Resultaten van een interventie (vragenlijsten, scores, voortgangsinformatie) moeten gestructureerd worden teruggekoppeld van de module naar het EPD/dossier. Hiervoor worden FHIR resources zoals DocumentReference en Observation ingezet, met meerdere uitwisselpatronen (direct ophalen, Notified Pull, of via de Koppeltaal FHIR store).
Scope eerste fase
Zie Resultaten delen voor de huidige stand.
Naast de drie hoofdonderwerpen introduceert KoppelMij een aantal kleinere, concrete wijzigingen op profielen en launch-context die voor module- en portaal-leveranciers relevant zijn.
Er komt een nieuw element return_url in de SMART on FHIR launch context. Na afloop van een module-sessie wordt de gebruiker teruggestuurd naar het PGO.
return_url mee in de launch context. De module MOET de gebruiker na afsluiting via deze URL terugsturenreturn_url verrijken met query-parameters (bijvoorbeeld een task_id) zodat het PGO weet om welke specifieke taak het gaatTask.status) bijwerken vóór de redirect naar de return_urlerror parameter worden meegegeven (bijv. error=temporarily_unavailable)De Koppeltaal FHIR-profielen worden op een aantal punten aangepast om gebruik in de MedMij-context mogelijk te maken:
client_id: een nieuwe extension op het Endpoint resource, die het client-ID bevat dat gebruikt wordt als audience parameter bij de DVA token exchangeActivityDefinition.kind = ServiceRequest, taken aanmaken op basis van Subscriptions); gestructureerde resultaatoverdracht implementeren