Koppeltaal 2.0 Implementation Guide (Full Documentation)
0.15.0 - ci-build
NL
Koppeltaal 2.0 Implementation Guide (Full Documentation) - Local Development build (v0.15.0) built by the FHIR (HL7® FHIR® Standard) Build Tools. See the Directory of published versions
| Page standards status: Draft |
| Datum | Wijziging |
|---|---|
| 2026-01-08 | Sectie toegevoegd: huidig autorisatiemodel Koppeltaal (applicatieniveau, gebruikersniveau, launch nadelen) |
| 2026-01-08 | Sectie toegevoegd: granulariteit van autorisatie (CRUDS, security labels als toekomstige optie) |
Deze sectie beschrijft de autorisatieregels voor het geharmoniseerde KoppelMij/Koppeltaal model zoals uitgewerkt in Optie 3 van de Koppeltaal Domeinen documentatie.
Het huidige Koppeltaal autorisatiemodel is gelaagd opgebouwd en werkt op twee niveaus:
In Koppeltaal worden applicaties geautoriseerd, niet individuele personen. Dit is een bewuste keuze:
Zie ook: TOP-KT-008 - Beveiliging aspecten / Vertrouwensmodel
De verantwoordelijkheid voor gebruikersautorisatie ligt bij de individuele applicaties:
Een uitzondering op dit model is de launch. Bij een launch (via SMART on FHIR App Launch + HTI) geeft de lancerende applicatie (bijv. een portaal) informatie mee over:
De ontvangende module applicatie moet deze informatie als waar beschouwen. Dit heeft nadelen:
Deze nadelen zijn vooral relevant voor RelatedPersons, waarbij relaties gevoelig zijn en over tijd wijzigen. Zie ook de CareTeam en Autorisatie sectie voor hoe het CareTeam als zorgcontext deze problematiek kan adresseren.
Transitiemodel: Het autorisatiemodel van Koppeltaal en KoppelMij wordt geharmoniseerd. Zie Transitiemodel autorisatie voor het fasering en de impact op leveranciers.
Het autorisatiemodel definieert wie toegang heeft tot welke FHIR resources onder welke omstandigheden. Dit model is essentieel voor:
Er worden drie hoofdcontexten onderscheiden:
Het model kent drie hoofdrollen met elk hun eigen autorisatieregels:
Patiënten hebben toegang tot hun eigen gegevens en kunnen:
Behandelaars hebben verschillende autorisatieniveaus:
Mantelzorgers en vertegenwoordigers met verschillende typen:
⚠️ CareTeam gebruik in de praktijk
Het autorisatiemodel maakt intensief gebruik van CareTeam structuren, terwijl in de huidige Koppeltaal praktijk geen gebruik wordt gemaakt van CareTeam. Dit vraagt om:
- Nadere uitwerking van CareTeam-gebaseerde autorisatie als alternatief voor het huidige Task-gebaseerde model
- Een transitiepad voor bestaande implementaties
- Besluitvorming over minimale structuren voor veilige autorisatie
Het voorgestelde autorisatiemodel werkt op resource type niveau met CRUDS-rechten:
Scope en beperking:
De huidige scope beperkt zich tot autorisatie op resource type niveau. Dit betekent dat een rol toegang krijgt tot alle resources van een bepaald type (bijv. alle Tasks, alle DocumentReferences), of geen toegang.
In de praktijk kan het wenselijk zijn om autorisatie op individueel resource niveau te kunnen specificeren. Voorbeelden:
Toekomstige mogelijkheid: Security Labels
FHIR biedt hiervoor Security Labels waarmee het mogelijk is om op resource niveau toegangsbeperkingen aan te geven. Met security labels kan per resource worden gespecificeerd welke vertrouwelijkheidsniveau van toepassing is.
Huidige status: Resource-niveau autorisatie via security labels valt buiten de huidige scope. Leveranciers hebben aangegeven dit vooralsnog niet te implementeren. Deze overweging is hier beschreven om de scope van het autorisatiemodel te verduidelijken en richting te geven aan toekomstige uitbreidingen.