Koppeltaal 2.0 Implementation Guide (Full Documentation)
0.15.0 - ci-build NL

Koppeltaal 2.0 Implementation Guide (Full Documentation) - Local Development build (v0.15.0) built by the FHIR (HL7® FHIR® Standard) Build Tools. See the Directory of published versions

CareTeam en Autorisaties

Page standards status: Draft

Changelog

Datum Wijziging
2026-01-06 Verduidelijking: CareTeam beschrijft zorgcontext, niet het autorisatiemodel zelf
2026-01-06 Diagram toegevoegd: relatie CareTeam, autorisatiematrix en FHIR resources
2026-01-06 Rollen en Autorisatiematrix: CareTeam als startpunt, modellen in ontwikkeling
2025-12-02 Formulering Task.owner/requester aangepast: "minimaal één CareTeam" i.p.v. "het relevante CareTeam"
2025-12-02 Rol "eerste relatie" verwijderd; RelatedPerson heeft (nog) geen rol
2025-12-01 HTI token voorbeelden aangepast conform HTI 2.0 specificatie
2025-12-01 CareTeam als Task.owner toegestaan als bijzondere use case

Deze pagina beschrijft de rol van het CareTeam als zorgcontext binnen het KoppelMij/Koppeltaal geharmoniseerde model, zoals beschreven in Optie 3 van de Koppeltaal Domeinen documentatie.

CareTeam en Autorisatie: de relatie

Het CareTeam is niet het autorisatiemodel zelf, maar beschrijft de zorgcontext van een patiënt: welke Practitioners en RelatedPersons betrokken zijn en in welke rol. Deze informatie vormt één van de startpunten voor het autorisatiemodel, omdat op basis van deze rollen de rechten worden bepaald.

┌─────────────────────────────────────────────────────────────────────────┐
│                           AUTORISATIEMODEL                              │
│                                                                         │
│  ┌─────────────────┐                                                    │
│  │    CareTeam     │  Beschrijft zorgcontext:                           │
│  │  (Zorgcontext)  │  • Betrokken Practitioners                         │
│  │                 │  • Betrokken RelatedPersons                        │
│  │                 │  • Rollen van betrokkenen                          │
│  └────────┬────────┘                                                    │
│           │                                                             │
│           ▼                                                             │
│  ┌─────────────────┐                                                    │
│  │ Autorisatie-    │  Bepaalt rechten op basis van:                     │
│  │ matrix          │  • Rol in CareTeam                                 │
│  │                 │  • Resource type                                   │
│  └────────┬────────┘                                                    │
│           │                                                             │
│           ▼                                                             │
│  ┌─────────────────┐                                                    │
│  │ FHIR Resources  │  Toegang tot resources zoals:                      │
│  │                 │  • Task, Patient, CareTeam                         │
│  │                 │  • ActivityDefinition, etc.                        │
│  └─────────────────┘                                                    │
│                                                                         │
└─────────────────────────────────────────────────────────────────────────┘

Samengevat:

  • CareTeam = zorgcontext (wie is betrokken, in welke rol)
  • Autorisatiematrix = rechten per rol (wat mag iemand doen)
  • FHIR Resources = de resources waartoe toegang wordt verleend

Wat is een CareTeam?

Een CareTeam is een groep van personen (Practitioners en/of RelatedPersons) die samenwerken aan de zorg voor een specifieke patiënt of binnen een specifieke organisatiecontext. Het CareTeam resource fungeert als de centrale plek waar wordt vastgelegd:

  • Wie er betrokken is bij de zorg
  • In welke rol zij betrokken zijn
  • Voor welke patiënt of organisatie-afdeling het team verantwoordelijk is

Types van CareTeams

Er zijn drie hoofdtypen van CareTeams in het systeem:

1. Organisatie CareTeams

Dit zijn CareTeams zonder specifieke patiënt, die gebruikt worden voor organisatorische doeleinden.

Kenmerken:

  • CareTeam.patient is niet gezet
  • Vertegenwoordigt bijvoorbeeld een afdeling of team binnen een organisatie
  • Bevat medewerkers die tot die afdeling/team behoren

Voorbeeld gebruik:

CareTeam voor Afdeling Depressie
├── Patient: (niet gezet)
├── Participants:
│   ├── Practitioner: Dr. Smit
│   ├── Practitioner: Dr. Jansen
│   └── Practitioner: Zorgondersteuner Klaas

2. Patiënt-specifieke CareTeams

Dit zijn CareTeams die gekoppeld zijn aan een specifieke patiënt via CareTeam.patient.

Kenmerken:

  • CareTeam.patient verwijst naar de specifieke Patient resource
  • Bevat alle betrokken Practitioners en RelatedPersons voor deze patiënt
  • Definieert de rollen van Practitioners (bijv. behandelaar, zorgondersteuner)
  • Wordt gebruikt voor autorisatie: lidmaatschap van dit CareTeam geeft toegang tot patiëntgegevens

Voorbeeld gebruik:

CareTeam voor Jan Jansen
├── Patient: Jan Jansen
├── Participants:
│   ├── Practitioner: Dr. Smit (rol: behandelaar)
│   ├── Practitioner: Zorgondersteuner Klaas (rol: zorgondersteuner)
│   └── RelatedPerson: Partner van Jan

3. Task level CareTeams

Dit zijn CareTeams die gebonden zijn aan een specifieke Task en een specifieke patiënt.

Kenmerken:

  • CareTeam.patient verwijst naar de specifieke Patient resource
  • Gebonden aan de scope van een specifieke Task via Task.owner
  • Bevat alleen de personen die direct betrokken zijn bij deze specifieke taak
  • Beperkter in scope dan een algemeen patiënt-specifiek CareTeam
  • Wordt gebruikt wanneer een taak door een specifiek subteam moet worden uitgevoerd

Voorbeeld gebruik:

CareTeam voor Intake Gesprek Jan Jansen
├── Patient: Jan Jansen
├── Participants:
│   ├── Practitioner: Dr. Smit (rol: behandelaar)
│   └── Practitioner: Zorgondersteuner Klaas (rol: zorgondersteuner)
├── Gekoppeld aan: Task "Intake gesprek plannen"

Verschil met Patiënt-specifieke CareTeams:

  • Task level CareTeams zijn tijdelijk en taak-specifiek
  • Patiënt-specifieke CareTeams omvatten alle betrokkenen voor de gehele taak
  • Task level CareTeams kunnen een subset zijn van het bredere patiënt-specifieke CareTeam
  • Na voltooiing van de Task kan het Task level CareTeam worden opgeheven

Nadelen van Task level CareTeams:

  • Synchronisatie overhead: Wanneer de samenstelling van een zorgteam wijzigt (bijvoorbeeld een nieuwe behandelaar wordt toegevoegd of een medewerker vertrekt), moeten alle Task level CareTeams van alle lopende taken worden geüpdatet
  • Dit kan leiden tot complexe update-procedures en potentiële inconsistenties
  • Verhoogde kans op fouten waarbij sommige Task CareTeams niet correct gesynchroniseerd worden
  • Aanzienlijke operationele overhead bij frequente teamwijzigingen

Autorisatiemodel CareTeam (Voorstel)

Het gebruik van het CareTeam als autorisatiemodel is onderdeel van het breder uitzetten van het autorisatiemodel in Koppeltaal 2.0. Het CareTeam is een van de entiteiten betrokken in het autorisatiemodel, maar zeker niet de enige entiteit noch middel betrokken in het autorisatiemodel. Het voorgestelde autorisatiemodel voor CareTeams is gebaseerd op onderstaande principes om een duidelijke en veilige autorisatiestructuur te garanderen:

Basisprincipes

  1. Patiënt-specifieke CareTeams (Type 2) als standaard
    • Koppeltaal gebruikt Patiënt-specifieke CareTeams als standaard CareTeam type
    • Meerdere CareTeams per patiënt zijn mogelijk voor verschillende behandeltrajecten
    • Fijnmazige autorisatie wordt bereikt via sub-tasks en SMART on FHIR launches (niet via Task level CareTeams)
    • Zie Besluit 3 voor de volledige onderbouwing
  2. Meerdere CareTeams per patiënt mogelijk
    • Er kunnen meerdere actieve CareTeams bestaan voor dezelfde patiënt binnen dezelfde organisatie
    • Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij parallelle behandeltrajecten of verschillende zorgprogramma's
    • Voor organisatie-teams (zonder patiënt) kunnen er meerdere CareTeams per afdeling/team bestaan

    Ambiguïteit bij meerdere rollen:

    • Een deelnemer kan in meerdere CareTeams voorkomen met verschillende rollen
    • Bijvoorbeeld: een Practitioner is "behandelaar" in CareTeam A en "zorgondersteuner" in CareTeam B voor dezelfde patiënt
    • Het is aan de applicatie zelf om te bepalen hoe met deze ambiguïteit om te gaan:
      • Optie A: Meerdere rollen toestaan en combineren
      • Optie B: Één rol boven de andere plaatsen (bijvoorbeeld behandelaar > zorgondersteuner)
      • Optie C: Context-afhankelijk de relevante rol selecteren (bijvoorbeeld op basis van de Task)
  3. Alle betrokkenen in het CareTeam
    • Alle betrokken Practitioners moeten met hun correcte rol in het CareTeam staan
    • Alle betrokken RelatedPersons moeten met hun correcte rol in het CareTeam staan
    • De rol bepaalt de autorisaties volgens de autorisatiematrix

    Scope van het CareTeam:

    • Het FHIR CareTeam heeft betrekking op de uitwisseling van gegevens tussen systemen binnen het Koppeltaal domein. Koppeltaal beperkt zich tot het delen van gegevens die nodig zijn voor het uitvoeren van de Use Cases.
    • Binnen een applicatie (zoals een ECD) kunnen bredere autorisaties gelden dan wat in het CareTeam is vastgelegd.
    • Bijvoorbeeld: administratieve medewerkers die taken klaarzetten hoeven niet in het CareTeam te staan als verder geen deelnemer zijn in het zorgproces.
  4. Rollen en Autorisatiematrix

    Het CareTeam vormt het startpunt voor het autorisatiemodel. De rollen van de betrokkenen in het CareTeam bepalen welke rechten zij hebben op FHIR resources.

    Huidige status:

    • De autorisatiemodellen zijn in ontwikkeling en worden gefaseerd uitgewerkt
    • Er wordt gewerkt met eerste, minimale versies van het autorisatiemodel
    • De rollen in het CareTeam komen overeen met de rollen in de autorisatiematrix

    Uitwerking per rol:

    Let op: Deze modellen worden in de toekomst verder uitgewerkt en verfijnd op basis van praktijkervaring en feedback van leveranciers.

  5. Task betrokkenen moeten in CareTeam staan
    • Task.owner moet lid zijn van minimaal één CareTeam voor de betreffende patiënt (dit kan een Practitioner, RelatedPerson of CareTeam zijn)
    • Task.requester moet lid zijn van minimaal één CareTeam voor de betreffende patiënt
    • De patiënt waarvoor de Task is (Task.for) moet de patiënt zijn waarvoor het CareTeam is opgezet

Validatieregels

Bij het aanmaken of wijzigen van Tasks moeten de volgende validaties plaatsvinden:

Task.owner validatie:

Task.owner MOET verwijzen naar een Practitioner, RelatedPerson of CareTeam
EN deze entiteit MOET lid zijn van (of zelf zijn) een CareTeam van Task.for (patient)

Task.requester validatie:

Als Task.requester is ingevuld:
  MOET deze persoon lid zijn van een CareTeam van Task.for (patient)

Task.for (patient) validatie:

Als Task.for verwijst naar een Patient:
  MOET er minimaal één CareTeam bestaan met CareTeam.patient = deze Patient
  EN Task.owner en Task.requester moeten lid zijn van minimaal één van deze CareTeams

Additionele autorisaties

SMART on FHIR Launch en Autorisatie

Bij gebruik van SMART on FHIR en HTI (Health Tools Interoperability) launches speelt autorisatie op launch-niveau:

  • Een SMART on FHIR launch definieert een sub (subject) in het HTI token voor de Patient, Practitioner of RelatedPerson die de applicatie start
  • De launch zelf is een uitdrukking van autorisatie: door de applicatie te lanceren, besluit de lancerende partij dat de betreffende Practitioner of RelatedPerson toegang heeft
  • Deze autorisatiebeslissing vindt plaats buiten het FHIR model, maar moet wel gebaseerd zijn op het CareTeam
  • Basisregel: De Practitioner of RelatedPerson moet lid zijn van het relevante CareTeam met de juiste rol

Deze aanpak biedt de flexibiliteit van externe autorisatiebeslissingen (via launch) gecombineerd met de veiligheid van rol-gebaseerde toegang (via CareTeam membership).

Voorbeeld Scenario: Launch van een activiteit

Situatie:

  • Patient: Maria de Vries
  • CareTeam voor Maria bevat:
    • Dr. Peters (behandelaar)
    • Psycholoog van Dam (zorgondersteuner)
    • Zoon van Maria (RelatedPerson)
  • Task: "Dagboek invullen" (status: ready, owner: Zoon van Maria)

Launch door portaalapplicatie:

Portal initieert SMART on FHIR launch naar dagboek-applicatie

HTI Token bevat:
{
  "iss": "https://portal.example.org",
  "aud": "https://dagboek-app.example.org",
  "jti": "a1b2c3d4-e5f6-7890-abcd-ef1234567890",
  "iat": 1733054400,
  "exp": 1733054700,
  "sub": "RelatedPerson/zoon-maria",
  "patient": "Patient/maria-de-vries",
  "resource": "Task/dagboek-invullen"
}

Autorisatie validatie:

  1. ✅ Token bevat valide sub (Zoon van Maria)
  2. ✅ Zoon van Maria is lid van een CareTeam voor Maria de Vries
  3. ✅ Zoon is als RelatedPerson lid van het CareTeam
  4. ✅ Task.for verwijst naar Patient/maria-de-vries (komt overeen met patient in token)
  5. ✅ Launch wordt toegestaan

Resultaat: De dagboek-applicatie wordt gelanceerd en Zoon van Maria krijgt toegang tot de Task "Dagboek invullen" voor zijn moeder. De autorisatie is gebaseerd op zijn lidmaatschap van het CareTeam, maar de launch beslissing wordt genomen door de portaalapplicatie.

Afwijzing scenario: Als het token "sub": "RelatedPerson/vriend-van-maria" zou bevatten, en deze persoon is geen lid van het CareTeam, dan zou de launch worden afgewezen:

❌ Ongeldig: Vriend van Maria is geen lid van een CareTeam voor Maria de Vries
→ HTTP 403 Forbidden
→ Foutmelding: "User not authorized for this patient context"
Fijnmazige toegang met sub-taken

Voor situaties waar meer granulaire autorisatie nodig is, kunnen sub-tasks worden gebruikt:

  • De specifieke authenticatie en autorisatie van een RelatedPerson of Practitioner kan in FHIR worden gerepresenteerd via sub-tasks
  • Door een sub-task aan te maken, kan fijnmazige toegang worden verleend aan een specifieke Practitioner of RelatedPerson voor een bepaalde taak
  • Ook hier geldt: de Practitioner of RelatedPerson moet lid zijn van het CareTeam met de juiste rol
  • Sub-tasks bieden dus een FHIR-native manier om taak-specifieke autorisaties uit te drukken binnen de context van het bredere CareTeam

Deze aanpak biedt de structuur en traceerbaarheid van FHIR (via CareTeam en sub-tasks) voor fijnmazige autorisatiecontrole.

Voorbeeld Scenario: Sub-task voor specifieke toegang

Situatie:

  • Patient: Jan Jansen
  • CareTeam voor Jan bevat:
    • Dr. Smit (behandelaar)
    • Psycholoog van Dam (zorgondersteuner)
    • Verpleegkundige Peters (zorgondersteuner)
    • Zorgondersteuner Klaas (zorgondersteuner)
    • Partner van Jan (RelatedPerson)

Hoofdtaak met brede toegang:

{
  "resourceType": "Task",
  "id": "behandelplan-opstellen",
  "status": "in-progress",
  "intent": "order",
  "for": {
    "reference": "Patient/jan-jansen"
  },
  "owner": {
    "reference": "Practitioner/dr-smit"
  },
  "description": "Behandelplan opstellen voor depressie"
}

→ Eigenaar: Dr. Smit (behandelaar) → Zichtbaar voor: Alle leden van CareTeam Jan Jansen met de rol die dat toestaat

Sub-task voor specifieke medewerker:

{
  "resourceType": "Task",
  "id": "vragenlijst-afnemen",
  "status": "ready",
  "intent": "order",
  "partOf": [{
    "reference": "Task/behandelplan-opstellen"
  }],
  "for": {
    "reference": "Patient/jan-jansen"
  },
  "owner": {
    "reference": "Practitioner/zorgondersteuner-klaas"
  },
  "requester": {
    "reference": "Practitioner/dr-smit"
  },
  "description": "PHQ-9 vragenlijst afnemen"
}

→ Eigenaar: Zorgondersteuner Klaas (specifiek toegewezen) → Aanvrager: Dr. Smit (heeft sub-task gecreëerd)

Launch en autorisatie:

Scenario 1: Zorgondersteuner Klaas lanceert de vragenlijst-applicatie

HTI Token bevat:
{
  "iss": "https://portal.example.org",
  "aud": "https://vragenlijst-app.example.org",
  "jti": "b2c3d4e5-f6a7-8901-bcde-f23456789012",
  "iat": 1733054400,
  "exp": 1733054700,
  "sub": "Practitioner/zorgondersteuner-klaas",
  "patient": "Patient/jan-jansen",
  "resource": "Task/vragenlijst-afnemen"
}

Autorisatie validatie:
1. ✅ Zorgondersteuner Klaas is lid van CareTeam Jan Jansen
2. ✅ Task.owner = Practitioner/zorgondersteuner-klaas (exacte match)
3. ✅ Task.for = Patient/jan-jansen (komt overeen met CareTeam patient)
4. ✅ Launch toegestaan - Klaas is direct eigenaar van deze sub-task

Scenario 2: Dr. Smit (requester) wil de voortgang bekijken

HTI Token bevat:
{
  "iss": "https://portal.example.org",
  "aud": "https://vragenlijst-app.example.org",
  "jti": "c3d4e5f6-a7b8-9012-cdef-345678901234",
  "iat": 1733054400,
  "exp": 1733054700,
  "sub": "Practitioner/dr-smit",
  "patient": "Patient/jan-jansen",
  "resource": "Task/vragenlijst-afnemen"
}

Autorisatie validatie:
1. ✅ Dr. Smit is lid van CareTeam Jan Jansen
2. ✅ Dr. Smit is requester van deze sub-task
3. ✅ Dr. Smit is owner van de parent task
4. ✅ Launch toegestaan - Smit heeft toegang als requester en behandelaar

Scenario 3: Verpleegkundige Peters probeert toegang te krijgen

HTI Token bevat:
{
  "iss": "https://portal.example.org",
  "aud": "https://vragenlijst-app.example.org",
  "jti": "d4e5f6a7-b8c9-0123-def0-456789012345",
  "iat": 1733054400,
  "exp": 1733054700,
  "sub": "Practitioner/verpleegkundige-peters",
  "patient": "Patient/jan-jansen",
  "resource": "Task/vragenlijst-afnemen"
}

Autorisatie validatie:
1. ✅ Verpleegkundige Peters is lid van CareTeam Jan Jansen
2. ⚠️ Peters is niet owner van deze specifieke sub-task
3. ⚠️ Peters is niet requester van deze sub-task

Beslissing: Afhankelijk van autorisatiebeleid:
- Optie A (restrictief): ❌ Toegang geweigerd - alleen owner/requester
- Optie B (permissief): ✅ Toegang toegestaan - alle CareTeam leden mogen taken inzien

Voordelen van sub-tasks:

  • Expliciete toewijzing: Duidelijk wie verantwoordelijk is voor specifieke deeltaken
  • Traceerbaarheid: Vastlegging in FHIR van wie wat mag/moet doen
  • Flexibiliteit: Kan gecombineerd worden met verschillende autorisatiemodellen
  • Workflow management: Ondersteunt complexe behandelprocessen met meerdere betrokkenen

Use cases:

  • Toewijzen van specifieke vragenlijsten aan specifieke zorgverleners
  • Delegeren van intake-taken aan gespecialiseerde medewerkers
  • Opdelen van behandelplan in deeltaken per discipline
  • Toestemming voor tijdelijke toegang (bijv. vervanging tijdens vakantie)

Voorbeeld Scenario

Situatie:

  • Patient: Jan Jansen
  • CareTeam voor Jan Jansen bevat:
    • Dr. Smit (behandelaar)
    • Zorgondersteuner Klaas (zorgondersteuner)
    • Partner van Jan (RelatedPerson)

Geldige Task:

{
  "resourceType": "Task",
  "status": "requested",
  "intent": "order",
  "for": {
    "reference": "Patient/jan-jansen"
  },
  "owner": {
    "reference": "Practitioner/dr-smit"
  },
  "requester": {
    "reference": "Practitioner/zorgondersteuner-klaas"
  }
}

✅ Geldig: Zowel owner als requester zijn lid van het CareTeam

Ongeldige Task:

{
  "resourceType": "Task",
  "status": "requested",
  "intent": "order",
  "for": {
    "reference": "Patient/jan-jansen"
  },
  "owner": {
    "reference": "Practitioner/dr-anderen"
  }
}

❌ Ongeldig: Dr. Anderen is geen lid van een CareTeam voor Jan Jansen

Implementatie Overwegingen

CareTeam Lifecycle

  • CareTeams worden typisch aangemaakt bij start van een behandeltraject
  • CareTeams kunnen gedurende het behandeltraject worden uitgebreid of aangepast
  • Bij het afsluiten van een behandeltraject kan een CareTeam op inactive worden gezet
  • Historische CareTeam data blijft beschikbaar voor audit doeleinden

Performance

  • Autorisatie-checks op basis van CareTeam lidmaatschap moeten efficiënt worden uitgevoerd
  • Caching van CareTeam memberships wordt aanbevolen
  • Bij wijzigingen in CareTeam compositie moet de cache worden geïnvalideerd

Privacy

  • Toegang tot CareTeam informatie zelf is beperkt tot leden van dat CareTeam
  • Patiënten hebben inzage in hun eigen CareTeam
  • RelatedPersons zien alleen hun eigen rol binnen het CareTeam

Besluiten en Richtlijnen

De volgende besluiten zijn genomen voor het autorisatiemodel:

  1. CareTeam als Task.owner ⚠️
    • Een CareTeam kan Task.owner zijn, maar dit is een bijzondere use case
    • In de meeste gevallen worden Tasks toegewezen aan individuele Practitioners of RelatedPersons
    • Wanneer een CareTeam als Task.owner wordt gebruikt, is het gehele team verantwoordelijk voor de uitvoering van de taak
    • Let op: dit kan leiden tot onduidelijkheid over wie de taak daadwerkelijk uitvoert
  2. Ambiguïteit bij meerdere CareTeams
    • Een deelnemer kan in meerdere CareTeams voorkomen met verschillende rollen
    • In realiteit heeft een gebruiker dan meerdere rollen
    • Het is aan de applicatie zelf om een strategie te kiezen voor hoe hiermee om te gaan (zie Basisprincipe 1)
  3. Gekozen CareTeam type: Patiënt-specifieke CareTeams (Type 2)
    • Koppeltaal gebruikt Patiënt-specifieke CareTeams als standaard
    • Meerdere CareTeams per patiënt zijn mogelijk voor verschillende behandeltrajecten
    • Fijnmazige autorisatie wordt bereikt via sub-tasks en SMART on FHIR launches (niet via Task level CareTeams)
  4. Onderscheid CareTeam structuur en autorisatie mechanismen

    Het CareTeam is één van de autorisatie-mechanismen, maar niet het enige:

    Autorisatie mechanismen in Koppeltaal:

    • CareTeam membership: Basisautorisatie via lidmaatschap en rol
    • Sub-tasks: Taak-specifieke toewijzingen aan individuele personen
    • SMART on FHIR launches: Launch-time autorisatiebeslissingen via HTI tokens

    Deze mechanismen kunnen gecombineerd worden. Bijvoorbeeld: een Patiënt-specifiek CareTeam met fijnmazige toegang via sub-tasks en launches.

    Voorbeeld combinatie:

    CareTeam Type 2 (Patiënt-niveau):
    ├── CareTeam voor Jan Jansen
    │   ├── Dr. Smit (behandelaar)
    │   ├── Zorgondersteuner Klaas (zorgondersteuner)
    │   └── Verpleegkundige Peters (zorgondersteuner)
    │
    └── Autorisatie op taak-niveau via:
        ├── Sub-task: "Vragenlijst PHQ-9"
        │   └── Owner: Zorgondersteuner Klaas (specifiek)
        │
        └── Launch: HTI token met sub: Practitioner/zorgondersteuner-klaas
            └── Launch beslissing: toegang tot specifieke sub-task
    

Zie Ook